De trein reed het station binnen. Mijn moeder zuchtte. Mijn vader deed mee. Ik zag mijn nieuwe schoenen in rook opgaan.
Even voordien liep het hele ingenieus opgezette plannetje nog gesmeerd. De zon scheen, vogeltjes floten en vlindertjes fladderden vrolijk rond. Om het maar wat clichématig voor te stellen. Hoe dan ook, mijn aangeboren zaagdrang bereikte hoogtepunten en manifesteerde zich in het proberen overtuigen van mijn ouders om naar “de batjes” -zo heten koopjes in een boerengat nu eenmaal- te gaan.
“Maar neen, je moet je daar niet doorwringen met de auto. En je zal niet vastzitten in de file -koopjes in boerengaten lokken nogal veel inwoners van naburige gaten-, we nemen gewoon de trein! Welja, de trein. Zo duur is dat niet. Parkings kosten ook veel. En je belandt meteen midden in het centrum. Dan moet je zelfs niet veel wandelen. Als dat niet handig is. En je bent er in zes minuten. Komaan, zes minuten, dat is toch niets!”
Bijgevolg trippelden wij vijf minuten voor de trein aankwam reeds preventief en vreugdevol richting perron. Vijf minuten nadat de trein aangekomen had moeten zijn, stonden we er nog steeds. Na een korte onderbreking van hoogstens dertig minuutjes werd de trein, het walhalla van de bloginspiratie, door een meute batjesbeluste boerengatinboorlingen betreden. Dolle pret.
Geloof het nu of niet, maar de meeste treinreizigers keren na een uitstapje ook graag terug naar de plaats waar ze zijn opgestapt richting bestemming. Vooral koopjesbeluste treinreizigers, aangezien een weekendbiljet goedkoper is en je dus maar beter ook terugkeert voor dezelfde prijs. Bij aankomst op het perron werden wij dan ook begroet door een vrolijke treinomroepman: “Beste reizigers, de trein met bestemming boerengat is afgelast.” Maar vreugde en driewerf hoera: een vervangbus zou rijden binnen twintig minuten.
Bij de NMBS duren minuten drie keer zo lang. Een uur later stonden we dus in de vervangbus. Ik bestudeerde respectievelijk de lippen van een zweterige zestiger ter hoogte van de mijne, de lieftallige oogjes van een soort minibulldog in een boodschappentas ter hoogte van mijn rechterelleboog en een vrijend (verkerend voor de onwetenden) tweetal aan mijn linkerzijde. Vrij verrijkend was dat. Na deze uiterst boeiende vaststellingen zetten we weer voet aan wal op batjesloze bodem. Met enige vertraging en zonder nieuwe schoenen. Het leven kan hard zijn.
Al bij al gebeurde er vandaag dus niets, maar dan ook niets om over te bloggen. Ik kan er ook niets aan doen, het is de schuld van de NMBS, die me geen inspirerend treinritje liet beleven. Daarom zocht ik mijn toevlucht voor een eindzin bij een onwetende gast, die nog een briljante wijsheid met de lezer wou delen. En zo geschiedde: *zwaai naar Pieter*
