juni 27, 2009

Ik kan er ook niets aan doen

De trein reed het station binnen. Mijn moeder zuchtte. Mijn vader deed mee. Ik zag mijn nieuwe schoenen in rook opgaan.

Even voordien liep het hele ingenieus opgezette plannetje nog gesmeerd. De zon scheen, vogeltjes floten en vlindertjes fladderden vrolijk rond. Om het maar wat clichématig voor te stellen. Hoe dan ook, mijn aangeboren zaagdrang bereikte hoogtepunten en manifesteerde zich in het proberen overtuigen van mijn ouders om naar “de batjes” -zo heten koopjes in een boerengat nu eenmaal- te gaan.

“Maar neen, je moet je daar niet doorwringen met de auto. En je zal niet vastzitten in de file -koopjes in boerengaten lokken nogal veel inwoners van naburige gaten-, we nemen gewoon de trein! Welja, de trein. Zo duur is dat niet. Parkings kosten ook veel. En je belandt meteen midden in het centrum. Dan moet je zelfs niet veel wandelen. Als dat niet handig is. En je bent er in zes minuten. Komaan, zes minuten, dat is toch niets!”

Bijgevolg trippelden wij vijf minuten voor de trein aankwam reeds preventief en vreugdevol richting perron. Vijf minuten nadat de trein aangekomen had moeten zijn, stonden we er nog steeds. Na een korte onderbreking van hoogstens dertig minuutjes werd de trein, het walhalla van de bloginspiratie, door een meute batjesbeluste boerengatinboorlingen betreden. Dolle pret.

Geloof het nu of niet, maar de meeste treinreizigers keren na een uitstapje ook graag terug naar de plaats waar ze zijn opgestapt richting bestemming. Vooral koopjesbeluste treinreizigers, aangezien een weekendbiljet goedkoper is en je dus maar beter ook terugkeert voor dezelfde prijs. Bij aankomst op het perron werden wij dan ook begroet door een vrolijke treinomroepman: “Beste reizigers, de trein met bestemming boerengat is afgelast.” Maar vreugde en driewerf hoera: een vervangbus zou rijden binnen twintig minuten.

Bij de NMBS duren minuten drie keer zo lang. Een uur later stonden we dus in de vervangbus. Ik bestudeerde respectievelijk de lippen van een zweterige zestiger ter hoogte van de mijne, de lieftallige oogjes van een soort minibulldog in een boodschappentas ter hoogte van mijn rechterelleboog en een vrijend (verkerend voor de onwetenden) tweetal aan mijn linkerzijde. Vrij verrijkend was dat. Na deze uiterst boeiende vaststellingen zetten we weer voet aan wal op batjesloze bodem. Met enige vertraging en zonder nieuwe schoenen. Het leven kan hard zijn.

Al bij al gebeurde er vandaag dus niets, maar dan ook niets om over te bloggen. Ik kan er ook niets aan doen, het is de schuld van de NMBS, die me geen inspirerend treinritje liet beleven. Daarom zocht ik mijn toevlucht voor een eindzin bij een onwetende gast, die nog een briljante wijsheid met de lezer wou delen. En zo geschiedde: *zwaai naar Pieter*

juni 7, 2009

Stemtactieken

Mensen moeten niet altijd zo neerbuigend doen tegenover kassabedieners en -bediensters. Het is immers een zeer leerrijk werkje. Zo vernam ik vandaag bijvoorbeeld enkele uiterst doordachte en interessante stemtactieken voor deze verkiezingen, die ik jullie uiteraard niet wil onthouden.

Een eerste tactiek vernam ik van een olijke vrouw van rond de zeventig, die me met luide stem het volgende toevertrouwde:

In den politiek, ‘t zijn daar allemaal dezelfden. Ge moet gij daar niets van kennen om te gaan stemmen, ‘t zijn toch allemaal zakkenvullers gelijk. Maja, ik ga kik toch gaan stemmen. Anders zit ik daar toch maar thuis. En weet je wat ik dan doe? Ik kijk op voorhand nen keer in al die boekskes – ge weet wel, dedie daj in de brievenbus krijgt é- en ik onthou de namen van al de schone venten. En op dedie stem ik. Hajoak, kdoe kik da azo.

Helaas vertelde ze er niet bij of ze wel wist dat je in éénzelfde lijst moet stemmen. Een tijdje later vervoegde een in bierwalm gehulde dertiger de wachtrij aan mijn kassa. Ook hij was reeds gebeten door de verkiezingskoorts en sprak me er dan ook over aan. Hij leerde me dat stemmen voor sommigen vaak gelijk staat met flirten, weliswaar niet altijd succesvol.

Ah meiske, hoe gaat het? Met mij goed. ‘K moet straks gaan stemmen. ‘K doe dat graag. Er staan altijd van die schone meiskes in de wachtrij. Moet gij ook nog gaan? Anders, ge moogt gij wel mee met mij hoor.

Daarna volgden een vettige knipoog en mijn vriendelijke weigering. Even later volgde nog een dame die me net als de vorigen wat wijzer wou maken in de wondere wereld van het bolletjeskleuren. Zij vertelde me het volgende:

Stemmen, ‘k ben daar al niet voor. Altijd maar beloven en beloven. Weet je wat ik doe? Ik stem alleen op dedie die ik ken. En weetje wat é, als er dan iets is, dan kank het hen ne keer zeggen als ik ze tegenkom. ‘T komen der hier soms wi, in de winkel. Serieus wi. ‘K heb hier al ne keer *gecensureerd* en dingsje daar, *gecensureerd*, zien lopen! Jamajabejoak. ‘T is nog het beste van allemaal, dat zo doen.

Benieuwd of ze het tegen hen even goed kan zeggen als tegen het kassameisje. Haar tactiek werpt hoogstwaarschijnlijk onnoemelijk veel vruchten af.

Hoe dan ook, bij de volgende verkiezingen weet u vanaf nu wat u zoal kan doen bij het stemmen. Mijn tactiek deel ik alvast niet mee. Sommige mensen zouden zich wel eens gediscrimineerd durven voelen.

mei 21, 2009

18

Eigenlijk was ik van plan om vandaag niets te schrijven. Helaas, ik kan het niet laten. Als ik niet zou schrijven vandaag kan ik over een jaar of vijf of tien of twintig – in de veronderstelling dat deze tekst op één of andere manier in het virtuele universum blijft zweven – immers niet zeggen van, oh, wat blogde ik nu weer op 21 mei 2009. En daarom dacht ik bij mezelf, er moet toch wel iets opstaan zeker. Dus bij deze, een belangrijke mededeling:

Goeienavond, volwassenheid, welkom in mijn leven! En aan allen die mij gefeliciteerd hebben via kaartjes, smsjes, facebook- en twitterberichtjes: heel erg bedankt, mijn ego en ik voelen ons voldaan.

Op naar de 81!

mei 20, 2009

Wat ik nog graag snel wil doen voor ik volwassen word?

Een nietszeggende blogpost plaatsen hé, wat anders. Je bent jong en onbezonnen voor iets, zeg ik dan.

mei 8, 2009

Op kot

Het is zover. Ik word groot. In september start ik normaalgezien met een universitaire opleiding. En daarbij komt uiteraard de zoektocht naar een kot kijken. Aangezien ik altijd zeg: “wie een blog heeft, moet ervan profiteren”, lanceer ik daarom een oproep.

Heb je een goed kot en stop je met studeren? Of wil je uit puur medelijden een mooie kamer aan een beginnend studentje schenken? Of weet je toevallig een kot dat vrijkomt? En ligt het ook nog eens niet te ver van de Blandijn in Gent en ook niet te afgelegen? En kost het niet overdreven veel? Aarzel dan niet en roept, tiert, schreeuwt en reageert hieronder. Eeuwige virtuele dankbaarheid zal u te beurt vallen. En mocht je twee of drie koten weten, dan zou het nog beter zijn. Niet dat ik zoveel kamers inneem, maar mijn fanclub wel.

Reageren zou ik zo zeggen!