Ik moet toegeven, de inspiratie voor dit bericht kwam me uit andere regionen tegemoet gewaaid. Niet dat er dezer dagen een inspiratiegebrek in mijn lichaam huist, dat zeker niet. Wel heeft een bijzondere voorliefde voor allerlei zaken -waarvan onder andere rosse katten, lasagne, oude reclameposters en culinaire uitspattingen- me de laatste tijd in zijn ban. Gisteren las ik hier en ook hier over de internationale dag van de moedertaal. Sinds gisteren borrelt dan ook mijn oprecht gemeende voorliefde voor het West-Vlaams afwachtend in mijn aderen en aangezien mijn liefhebbende oplaaiers ervoor niet langer geblust kunnen worden, toch alsnog een bericht over mijn moedertaal.
Soms begrijp ik mezelf niet echt. Ik hou enorm veel van het Algemeen Nederlands. Ik volg lessen voordracht, om mijn taal tot het uiterste te leren benutten (een excuus om er gewoon mee bezig te kunnen zijn en mijn poëziekennis wat bij te schaven). Ik heb daarbij geen last van de welomgekende platte e en de nog plattere a, die voor velen als typisch West-Vlaams worden beschouwd. Ik streef ernaar in blogpost een zo correct mogelijk taalgebruik te hanteren. Ik haat mensen die de woordjes “die” en “dat” verwisselen na een substantief en overweeg telkens wanneer ik er mezelf op betrap zelfkastijding toe te passen. Ik verafschuw televisieseries waarin een gepoleiste vorm van het Antwerps dialect als standaardtaal wordt aangenomen. Eveneens krijg ik braakneigingen van de commentaren met een extreem laag taalgevoelniveau van overjaarse kleuters bij berichtgevingen van online kranten. Wanneer ik er mezelf op betrap een spellingsfout – of nog erger, een werkwoordsfout – te hebben gemaakt zweef ik op het randje van een zenuwcrisis en wanneer iemand anders mij op eenzelfde blunder wijst overspoelt het schaamrood mij als een spottende triomf.
Toch houd ik onnoemelijk veel van van mijn dialect. Zelfs wanneer ik daardoor als een marginaal keuterboertje wonend in het gat van de wereld bestempeld word, aanbid ik ze. De aandachtige lezer zal merken dat ik nogal taalparticularistische neigingen vertoon en ik raak er zelf stilaan van overtuigd dat het ook zo is. Zo ben ik bijvoorbeeld verliefd op alle hilarische bijvoeglijke naamwoorden in samenvoeging met koeke-, zoals koekegoed en koekeroend. Ik ontmoette namelijk nog nooit iemand met een inborst van speculoosjes of het mentaal niveau van een petit beurre. Ook de West-Vlaamse litotesvormen zijn bijzonder uitgebreid. Zo is een eerste ontkenningsvorm toet, wordt die bij een dubbele ontkenning toettoet en wordt deze eindeloos uitgebreid tot vormen als toettoettoettoet of voor de verandering mobetoet. Ook prachtige alliteraties als kljinne kakkernestjes en slichte stuttn laat een West-Vlaming niet aan zich voorbijgaan. Daarenboven kennen ook fantastische uitdrukkingen als tis e rutte ut tus en trint trin en mohow zeg een faam die tot aan zeeën - maar hoogstwaarschijnlijk alleen tot aan de Noordzee - reikt.
En daarom volgt nu, omdat ik momenteel in een liefkozende extase verkeer, een getutoyeerde liefdesverklaring aan alle lezers. (Deze verklaring geldt enkel niet voor al wie plastische chirurgie heeft ondergaan of steunzolen draagt, maar van hen houd ik natuurlijk ook.)
da ving ‘k ik geestig an joen
daj gie gin steunzolen draagt
en daj gie ook nooit achter silicone implantoaten vraagt
lik of daj gie ziet, ziej gie goed voe mien
je moe gie echt voe mien gin modepuppe zien
da ving ‘k ik goed
da ving ‘k ik geestieg an joen
da ving ‘k ik geestieg an joen
joen schoonheid is nie geloogn
bie joen etter nog nooit etwien ne centiliter vet ofgezoogn
gin spijte met botox onder joen oogn
ne facelieft ej gie zelve ook nog nooit overwoogn
da ving ‘k ik goed
da ving ‘k ik geestig an joen
da ving ‘k ik geestig an joen
da ving ‘k ik geestig an joen
[ uit "da vien 'k ik geestig an joen" - 't westvlaams gemiengeld vintekoor ]

13 Reacties
februari 23, 2008 at 12:14 am
Ergens in het west vlaamse, kreeg een meisje (op dit onmenselijk late uur) via haar gsm de vraag “wat betekenen “tis e rutte ut tus” en “trint trin” ?” …Ik zal het morgen weten :p
februari 23, 2008 at 10:04 am
@Likmevestje: Het is een West-Vlaamse toverspreuk en de inhoud ervan is topsecret.
februari 23, 2008 at 11:45 am
Ik vind het prachtig dat je, alhoewel je de Nederlandse taal naar perfectie nasteeft, je toch je dialect ook omhelst.
Tis toopn dat olgowe stopt me rin of we moejtn blùven dwiln.
februari 23, 2008 at 12:35 pm
@Melissa: Ik weet het ondertussen… maar om het magische ervan te bewaren, zal ‘k angstvallig zwijgen
februari 23, 2008 at 12:47 pm
‘t Is wel een beetje mis é
“Tis e rututus en a trintrintrin”, zo heb ik het altijd gehoord.
Ik ben het helemaal met je eens, ik begrijp het helemaal. Leve het Standaardnederlands, en leve het West-Vlaams!
februari 23, 2008 at 1:16 pm
@micheleeuw:
sjanse datter ier agliek gin rutte ut tus is
@Likmevestje:
Damn, mijn plannetje mislukt.
@Greet:
Je hebt gelijk, die hoor je inderdaad ‘t meest, maar ik neem de uitspraak over van ‘t westvlaams gemiengeld vintekoor (ik kweel die liedjes hele dagen mee en dan wordt dat zowat een misvorming). En ik ben niet echt goed in West-Vlaams typen.
februari 23, 2008 at 5:46 pm
Yes, ‘t Westvlams Gemiengeld Vintekoor is bij momenten echt zalig. Net zoals Preuteleute uit Oostende. Ken je die? West-Vlaamser kan welhaast niet.
Ik ken ‘de toverspreuk’ (haha) ook zoals Greet ze neerpent: ‘t Is e rututus en a trintrintrin.
West-Vlaams is bovendien zo praktisch. In plaats van het ellenlange ‘Nee, ik verzeker u dat ik dat hoegenaamd niet heb gedaan’ zeggen wij simpelweg ‘Bejakkendoet’. Geef toe: dat is toch echt etwavoniet.
februari 24, 2008 at 1:53 am
*Melissa wordt overspoeld door schaamrood*
Als laureaat van het Groot Nederlands Dictee – en ik doe dit alléén maar vandaag hoor – moet ik je er met spijt in het hart toch op wijzen dat je vormen niet poleist maar polijst.
Echt waar, ik zal het nooit meer doen.
februari 24, 2008 at 10:50 am
@Menck:
En West-Vlaams is inderdaad uiterst handig om gehele zinnen in één woord te kunnen weergeven.
Preuteleute ken ik uiteraard, die zingen nog een vleugje “platter”.
@Daniel:
Het is me een eer op de vingers getikt te worden door een laureaat van het Groot Nederlands Dictee, hoewel het schaamrood me nu nog meer overspoelt, verdorie.
februari 24, 2008 at 8:15 pm
Naast het feit dat mijn spelling op niets trekt, m’n West-Vlaamse klanken zeer beperkt blijven (iets met opvoeding ofzo) blijf ik houden van het echt West-Vlaamse dialect. Misschien heeft een en ander wel te maken met het feit dat ik de vertaalslag nog perfect kan maken.
Of om het anders te zeggen:
Tegen mij kun je West-Vlaams spreken, maar ik zal altijd keurig in het Nederlands reageren
februari 24, 2008 at 10:52 pm
dialect geeft iets authentieks aan een bepaalde streek laten we dat maar vooral wel in eren houden, ik had eens een vriendin ze kwam uit oostenrijk naar het nederlandse gewaaid eens, en we konden elkaar heel goed verstaan was het niet omdat ze al een geschiedenis achter zich had voor wij elkaar leerde kennen, in het ABN ging dat allemaal heel best. Todat ze eens mijn huis aan deed en ik tijdens het opgieten van de koffie door telefoon kreeg van mn moeder (met wie ik altijd op zn dialects praat) en het was vermakelijk haar te zien toen ik de telefoon neerleegde en zij ana me vroeg “welke taal was dat dan die jij sprak met je moeder?” er gata niets boven je eigen taaltje menskes! …♥…
februari 25, 2008 at 1:07 am
Ik ook Thomas, ik wou echter dat ik ook in het West-Vlaams kon antwoorden.
Dat getoet vind ik ook subliem net als dat guelder en wuelder en zidder en widder en gidder en de derivaten ervan naargelang de streek waarvan je afkomstig bent.
Mooi gedichtje.
februari 27, 2008 at 9:25 am
*schaamrood*
ik heb nog nooit gehoord van het Westvlams Gemiengeld Vintekoor maar daar komt binnenkort verandering in, da moet.