juni 24, 2008...10:44 pm

Over Brugse zotten en Torhoutse marginalen

Spring naar reacties

Het is niet meer grappig. De drang om in te treden in een nonnenklooster wordt met de minuut groter. Ligt het aan mijn krullen, mijn haarkleur, mijn handen of mijn ogen, ik heb er geen idee van. Zeker is alleen dat ik de laatste maanden een enorme aantrekkingskracht uitoefen op alles wat eigenlijk net niet aangetrokken zou moeten worden. Het keuzeassortiment varieert van handtastelijke jumpers in het shoppingcenter tot dronkenlappen in het centrum van het boerengat waarin ik woon en van Brugse zotten op overvolle treinen tot Torthoutse macho’s met ongewassen haar. Vooral met die laatste categorie maakte ik vorige week van naderbij kennis.

Het begon allemaal toen ik samen met een lieftallige blogster rondhuppelde over de Torhoutse markt. We waren reeds aan ons elventwintigste rondje bezig, toen een wel zeer knappe jongeling – althans voor wie houdt van een extreme puppylook – naast mijn huppelpartner kwam lopen. Hij streek zijn vettige haren uit zijn met etter bevuilde ogen, draaide zich nonchalant naar ons toe, keek dan heel subtiel over haar heen en vroeg me uitermate sexy knipogend waar ik vandaan kwam. Ik maakte hem wat wijs, waarna hij mij vertelde dat hij van Roeselare was. Altijd leuk om te weten uiteraard. Na nog opgemerkt te hebben dat ik er wel ongelooflijk zenuwachtig uitzag – wat ook logisch was na al minstens vijf mislukte pogingen om onze wegen te doen scheiden -, merkte hij dat zijn charmeoffensief niet bepaald veel – lees: niets – uithaalde en verliet hij ons.

Na mijn gezelschap wat te hebben uitgelachen getroost omdat ze genegeerd werd, zetten we onze tocht verder. Na nog eens zeventienendertig rondjes waren we het echter zat en besloten richting slaapplaats te trekken, dwars door de duistere achterbuurten van ”Toeroet stad”. De nacht van Vlaanderen was reeds ingezet en bijgevolg zaten overal wel mensen doelloos gekoeld gerstenat naar binnen te gieten. Een paar zwaar aangeschoten zuipschuiten begaven zich op straat, waggelend van het ene café naar het andere. Toen kregen ze ook ons in het vizier. Dit keer werd niemand genegeerd, integendeel.

“Kiekt doa nor oal da krullewerk!”
“Goaw ze meepakkn?”
“Bejoaw, tzin skontjes!”
“Moja, wen oal genoeg me jinne!”

Waarna wij aan ons lot werden overgelaten. Zelfs geen traktatie. Zelfs geen lift! Zie je wel. Het is bewezen. Krullen zijn de schuld van alles. Twee aanbidders kwijt op één avond, het ultieme bewijs.

Gelukkig was er hoop. Een dag later was het punt waarop we vertrokken aangebroken. Toen gebeurde het onvoorspelbare. Mister puppylook zat ook op de trein. Bijna danste ik de polonaise, maar toen zag ik het. Hij keek. Hij keek aandachtig. Hij keek aandachtig recht in het decolleté. In het decolleté van de blondine die voor hem zat. De snoodaard! “Mohow zeg”, riep ik triest.(*) Mijn hart brak. Voor de rest van de tijd heb ik stil naar de toppen van mijn goudblonde krullen zitten staren. Goudblond. Dat is zo goed als bruin, maar dan met een gouden glans in de zon. Goudblonde krullen dus. De schuld van alles.

(*) Voor wie geen verstand heeft van West-Vlaams: “mohow zeg” is een uitroep van verbazing, triestheid, intense vreugde of gelijk wat. Wie dus denkt dat de man op de trein Menck was, heeft het fout. (Voor zover ik weet toch.) Kwestie van misverstanden te vermijden.

9 Reacties


Reageer